Syrisch Conflict in São Paulo

Brazilië is een land van migratie, met niet alleen Portugese, Duitse en Italiaanse gemeenschappen, maar ook meer dan zes miljoen inwoners die hun wortels hebben in Libanon of Syrië. Willemjan Vandenplas trok naar São Paulo, om te onderzoeken of de verwoestende oorlog in Syrië ook voelbaar is in het hart van Brazilië.

Image for post
Image for post
Eduardo Elias in de Club Homs in São Paulo

Een grote gemeenschap met behoorlijk groot maatschappelijk succes: de Syrisch-Libanese migratie naar Brazilië leest als een echte American Dream. Toch zitten er scheuren in het verhaal, die onder meer hun oorsprong vinden in het verwoestende geweld in het Midden-Oosten.

Er zijn naar schatting 6 tot 8 miljoen Brazilianen van Syrisch-Libanese oorsprong, volgens specialiste Guita Hourani van Centrum voor Emigratie in de Universiteit van Notre Dame in Beirut. Dat is in totaal 3 tot 4 procent van de bevolking. De Turcos, zoals de Syriërs en Libanezen vaak genoemd worden, zijn maatschappelijk gezien behoorlijk succesvol geweest in Brazilië. Tien procent van de parlementsleden zijn Syrisch-Libanees en ook in de hoogste politieke, economische en financiële regionen zijn de Syrisch-Libanezen goed vertegenwoordigd: Geraldo Alckmin is gouverneur van de staat São Paulo en Michel Temer, een geboren Paulista, is President van Brazilië.

De belangrijkste Arabische migratiegolf naar Brazilië vond plaats tussen 1870 en het begin van de Tweede Wereldoorlog. De meeste Syrio-Libanezen waren christenen en kwamen uit Mount Libanon omwille van demografische en economische druk van dit pas semi-onafhankelijk geworden deel van het Ottomaanse rijk na de oorlog tussen druzen en christenen in 1860. Maar in São Paulo komen de meeste Syrio-Libanezen uit Homs.

Het klassieke verhaal is dat Pedro II van Brazilië in 1876, tijdens een reis door het Ottomaanse rijk, in de Bekaa Vallei met enkele christelijke boeren aan de praat raakte. De Braziliaanse koning zou medelijden met hen gekregen hebben en hen naar zijn land uitnodigd hebben.

Het lijkt echter waarschijnlijker dat de meeste migranten op weg waren naar Amerika, de Verenigde Staten van Amerika, maar er omwille van analfabetisme of andere beperkende maatregelen niet binnen geraakten en er daarom voor kozen om naar Brazilië te gaan. Ze wilden weg uit het huidige Syrië en Libanon omdat ze onder het Ottomaanse rijk vielen en waar ze gediscrimineerd, alsook opgeroepen werden om mee te vechten in de Eerste Wereldoorlog. Uit Mount Libanon emigreenden ze omwille van de bevolkingsdruk en de sociaal-economische problemen.

Volgens onderzoek van Truzzi en Safady, twee Braziliaanse professoren van Syrische afkomst en gespecialiseerd in deze materie, blijkt dat de Syriërs die op het einde van de 19de eeuw toekwamen in Brazilië vooral op zoek waren naar korte termijnwinst als ambulante verkopers of mascates, om voldoende geld te hebben om terug te keren. Door hun economische successen in textiel, kledij en maakindustrie creëerden ze heel snel een omgeving waarin nieuw aangekomen migranten opgevangen konden worden en zelfs kwalitatief hoogstaande vorming konden verzekeren aan hun kinderen. Dat verklaart de relatief snelle klim op de sociale ladder, terwijl de Spaanse, Italiaanse en Portugese immigranten voornamelijk op koffieplantages gingen werken, concentreerden de Syrio-Libanezen zich in de stad.

Veel Syriërs in Brazilië oefenen vrije beroepen uit. Al vanaf 1930 zijn hun namen terug te vinden bij de dokters, advocaten en ingenieurs. Dat bleek de ideale opstap voor mooie carrières in de politiek.

Wat in het begin van de vorige eeuw een gesloten gemeenschap was, is sinds eind jaren 1990 een netwerk met toenemende diversiteit. Trouwen buiten de gemeenschap is nu zeer normaal. Toch blijven Syrisch-Libanese afstammelingen heel trots op hun cultuur, ook al groeit het belang van andere –Braziliaanse- elementen van hun identiteit. Tegelijk wijzen onderzoekers erop dat het verloren gaan van de eigen taal en tradities een identitaire herbronningsbeweging oproept.

Die culturele stroming werd in het eerste decennium van deze eeuw nog versterkt door de politieke zoektocht naar een anti-imperialistischenetwerk waarin de linkse regeringen van Latijns-Amerika de banden aanhaalden met landen als Syrië en Iran in het Midden-Oosten. Het hoogtepunt daarvan was de rondreis van Bashar Al-Assad in Latijns-Amerika in 2010. Assad probeerde toen ook de banden van de diaspora met het moederland te reactiveren. Maar volgens de specialiste Janaina Herrera is de Syrisch-Libanese gemeenschap minder ideologisch dan in andere Latijns-Amerikaanse landen en zien de mensen hun band met het moederland puur folkloristisch.

Toen de vorige president van Libanon, Michel Sleiman, in april 2010 de Braziliaanse vice-president Michel Temer ontmoette, de jongste zoon uit een arm Syrisch-Libanees gezin van acht kinderen dat in 1925 naar Brazilië emigreerde, zei Sleiman grappend dat Temer meer Syrio-Libanezen vertegenwoordigde dan de Libanese president. Temer heeft zich altijd sterk ingezet voor de relaties tussen Brazilië en het Midden-Oosten.

De Syrisch-Libanese gemeenschap in Brazilië is de voorbije jaren ook sterk getekend door de polarisering en de verscheurende burgeroorlog in Syrië. De verdeeldheid die daarvan het gevolg is, zou het poitieke netwerk dat mensen zoals Michel Temer aan de macht bracht, uit elkaar kunnen doen vallen.

Een van de spilfiguren uit het Syrisch-Libanese middenveld in Brazilië is Eduardo Elias, directeur van de Fearab São Paolo. Hij is uitgesproken pro Al-Assad en plaatst geregeld beelden van de wandaden van het Vrije Syrische Leger, dat hij als een bende huurlingen beschrijft, op zijn Facebook. Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich de meest recente Syrische immigranten, zoals Sarah. Ze organiseert actief de internationale betrokkenheid op het Syrische conflict en de problemen in het Midden-Oosten in São Paulo en werd er ook lid van een marxistische partij. In twee volgende artikels portretteren we Elias en Sarah uitgebreid, omdat ze ze typerend zijn voor verschillende generaties en perspectieven in de Braziliaanse Syrisch-Libanese gemeenschap.

Willemjan Vandenplas ontmoet Eduardo Elias (71) in de bijna honderd jaar oude Club van Homs in São Paulo. ‘Ik weet uit welk land jij komt, het zit daar vol met Syriëstrijders’, is zowat de openingszin van een acht uur durend gesprek met een van de spilfiguren van de Braziliaanse Syriërs. São Paulo is een zustergemeente van Damascus, en Elias verbroedert graag met het regime van Bashar Al-Assad.

Eduardo Elias (71) draagt een maatpak met bretellen en een speld met de officiële vlag van Syrië op de revers, en hij rookt traditionele Braziliaanse tabak in rieten blaadjes.

Elias is een spilfiguur van de Syrisch-Libanese gemeeschap in São Paulo en speelt een sleutelrol in de relaties tussen het regime in Damascus en de Braziliaanse regering.

Ik heb afspraak met Eduardo Elias in de bijna honderd jaar oude Club van Homs in São Paulo. Hij inviteert me om samen iets te eten in het Arabisch restaurant van de Club. Vanaf de eerste zinnen van wat een acht uur durend gesprek zou worden over de Syrische gemeenschap in São Paulo en de relaties tussen São Paulo en Syrië, maakt hij duidelijk waar hij staat. Er is in Syrië geen sprake van een revolutie, zegt hij, maar van een aanval door buitenlandse huurlingen. Zijn waardering voor het Baath-regime, dat nu al veertig jaar aan de macht is in Damascus, is door de burgeroorlog zeker niet verminderd.

Elias is voormalig voorzitter van de Organisatie van Arabische Groepen (FEARAB) in Brazilië en huidig voorzitter van de FEARAB in São Paulo komt oorspronkelijk uit Homs, de plaats waar de meeste Syrische christelijke immigranten in São Paulo vandaan komen. Hij werd in 2010 door toenmalig president Lula naar het Midden-Oosten gestuurd. Hij lijkt elke Arabische afstammeling op het continent met een beetje faam te kennen. Hij organiseerde een samenkomst van de Latijns-Amerikaanse FEARAB met vertegenwoordigers van de Syrische president Al-Assad in Antigua, Guatemala. Hij heeft een persoonlijke band met de secretaris-generaal van de Baath-partij in Syrië en hij kent Bashar Al-Assad persoonlijk. En hij is een persoonlijke vriend van Bouthaina, de speciale gezant van het regime voor de diaspora.

Zijn grootvader kwam in 1908 aan in São Paulo en kreeg onmiddellijk een paspoort voor de hele familie. Twee jaar later arriveerde zijn driejarige zoon, de vader van Eduardo. Op dat moment kondigde de grootvader aan dat hij voortaan Braziliaan zou zijn en het Ottomaanse rijk zou vergeten, ‘want daar mochten we niet eens op het voetpad lopen.’ Toch leerde hij nooit Portugees en heeft hij zich nooit echt geïntegreerd. ‘Dus ik moest Arabisch leren om tegen mijn grootvader te kunnen spreken’, zegt Eduardo Elias. Toen hij in de jaren zeventig voor het eerst naar Syrië ging, werd er echter met zijn negentiende-eeuwse dialect gelachen.

De Club van Homs is een van de opvallende instellingen die de aanwezigheid van de Syrisch-Libanese gemeenschap in São Paulo zichtbaar maakt.

Elias: Het eerste ontmoetingscentrum voor Syrische migranten in São Paulo was een kleine ruimte voor evenementen. In 1920 richten de Syrische immigranten de Club van Homs op, genoemd naar de Syrische stad waar de meeste Syriërs in São Paulo vandaan komen. Mijn grootvader was één van de stichtende partners van de Club van Homs, zijn naam staat geschreven op een grote steen aan de muur bij de ingang samen met de andere 400 partners.

Gedurende het bewind van Getulio Vargas (1930–45) moest elke Club in Brazilië met een buitenlandse naam van naam veranderen, maar dankzij de goede connecties van de Club van Homs met Vargas kon de Club haar naam behouden. Het symbool van de Club van Homs is de oorspronkelijke zwart-groene vlag van Syrië die werd vervangen door Hafez al-Assad, de vader van Bashar Al-Assad. Vandaag wordt deze gebruikt door de rebellen en de burgeractivisten tijdens de Syrische crisis.

Van oudsher huizen er verschillende meningen in de Club van Homs, maar iedereen is het erover eens dat het nationalistische geloof in Syrië voor eenheid zorgt. De Club is niet ideologisch ook al hangt er een groot portret van Bashar Al-Assad aan de muur. Het is officieel een club die de cultuur van Syrië promoot.

De Syrische gemeenschap heeft nog andere opvallende initiatieven genomen in São Paulo?

Elias: Het beste ziekenhuis van Zuid-Amerika is het Syrische-Libanees ziekenhuis in São Paulo, dat werd opgericht door Syrische vluchtelingen in 1921. Hier worden alle politieke prominenten van het continent naartoe gevlogen.

En dan is er ook nog het weeshuis, dat ontstond om een groot aantal Syrisch-Libanese wezen op te vangen na de revolte van 1922 in São Paulo. De Syrische gemeenschap vroeg in eerste instantie hulp aan een Brits weeshuis maar kreeg als antwoord de vraag: ‘Wat is dat voor een gemeenschap die niet eens voor haar eigen weeskinderen kan zorgen?’ Daardoor begonnen twaalf Syrische families een weeshuis in São Paulo. Al de wezen kregen een baan in de 25 Maart-straat, die tot op de dag van vandaag nog steeds de grootste Syrische straat is van de stad. De wezen moesten iedere maand een deel van hun loon afgeven aan het weeshuis. Het Syrische weeshuis bestaat nog steeds en het wordt nog steeds geleid door dezelfde twaalf families.

Is de Syrische cultuur nog te zien in het dagdagelijkse leven?

Elias: Er zijn 13 miljoen Arabische afstammelingen in Brazilië. Bijna 5 miljoen van hen zijn Syrische afstammelingen. De Brazilianen noemen hen Turken, maar er zijn eigenlijk weinig Turken in Brazilië.

Syrische Brazilianen gebruiken vaak Arabische woorden in hun “giria” of dialect. Veel Syriërs zijn getrouwd met de leden van de Syrisch-Libanese Diaspora. Ik ben van de tweede generatie Syriërs en ik heb een Libanese vrouw.

Toen in 1973 Hafez Al-Assad aan de macht kwam in Syrië kreeg het politieke en culturele bewustzijn van de Syrische migranten in São Paulo een stimulans. Door de Club van Homs werden er reizen georganiseerd naar Syrië om de Syrische gemeenschap haar origine te laten ontdekken. Ik ben 27 keer op reis geweest naar Syrië en elke keer ging ik naar Homs. Er werden in de Club van Homs steeds meer culturele en culinaire activiteiten georganiseerd met typisch eten en dans. Ook meer Arabische afstammelingen begonnen weer Arabisch te leren.

U hebt Bashar Al-Assad ook ontmoet.

Elias: In juni 2010 deed Bashar Al-Assad een rondreis in Zuid-Amerika en Cuba. Hij deed daarbij ook São Paulo aan. Zijn doel was om de relaties tussen te Syrische gemeenschap in Zuid-Amerika en zijn land te reactiveren en de 2000 Syrische studenten in Cuba te bezoeken. Hij deelde anti-imperialistische politieke pamfletten uit om mensen te introduceren in de geopolitiek van het Midden-Oosten.

Al-Assad en zijn vrouw Asmaa waren in São Paulo. Toen ik Bashar Al-Assad ontmoette in de Club van Homs, maakte hij een verfijnde, intelligente en goed opgevoede indruk. Ik herinner mij goed dat zijn vrouw Asmaa me zei: ‘De Club van Homs is voor ons en het is onze thuis’, omdat zij ook van Homs is. Bashar Al-Assad nam de tijd om heel de gemeenschap toe te spreken, heel de Syrische gemeenschap was uitgenodigd. Het doel was om hun dichter bij hun origine te brengen. Ik was de laatste die hen persoonlijk sprak om 3u ’s nachts. Ik vroeg Al-Assad of hij niet moe was na tien uur handjes schudden en praten, terwijl hij juist van het vliegtuig kwam. Bashar antwoordde: ‘Ik ben blij om al deze nieuwe mensen te ontmoeten, wij kenden hier niemand, maar u stelde ons iedereen voor, hartelijk dank daarvoor.’

Heeft de Arabische Lente weerklank gekregen in São Paulo?

Elias: Het politieke en culturele bewustzijn is toegenomen bij de Syrische gemeenschap, en zeker bij de Palestijnse diaspora, die politiek veel actiever is in het buitenland. Ook de interesse in de Arabische taal is toegenomen om meer en rechtstreeks nieuws over Syrië te kunnen volgen, zonder afhankelijk te zijn van Amerikaanse persagentschappen zoals Reuters.

Van bij het begin van de Syrische crisis was de Syrische gemeenschap in São Paulo erg verdeeld. Volgens Elias staat zowat zeventig procent achter Al-Assad, Syrische activisten houden het op zestig procent. De echte breuklijn loopt echter tussen de nieuw aangekomen Syriërs -die voornamelijk tegen Al-Assad zijn- en de traditionele gemeenschap die pro Al-Assad is. De reden voor de grote steun die het regime in Damascus krijgt van de traditionele Syrisch-Libanese gemeenschap in São Paulo, is net omdat ze schrik hebben dat er weer een grote immigratiegolf op gang gaat komen naar Brazilië.

Op dit moment vormen Syriërs al de grootste groep politieke vluchtelingen Brazilië. De orthodoxe gemeenschap is ook allesbehalve gerust in het lot van de minderheden in een post-Assad Syrië. Volgens Elias waren de christenen altijd beschermd door het Syrische regime, net als sjiieten en andere minderheden.

Hij is er van overtuigd dat de revolutie een opzet is van onder andere Saoedi-Arabië dat af wil van die minderheden. De bekeringsijver van Saoedi-Arabië veroorzaakt ook in Brazilië grote problemen, volgens Elias. Intussen zijn er ook vanuit Brazilië jihadisten naar Syrië vertrokken, een negentigtal, waarvan er naar verluidt al 37 dood zijn.

Lang niet iedereen is gelukkig met de pro-regimestandpunten van Eduardo Elias. Tijdens een van de demonstraties en sit-ins die georganiseerd werden om de oppositie te steunen, kwam het bijna tot een handgemeen tussen de activisten en Elias, die met de Syrische consul de activisten kwam uitschelden op straat. De Arabische Lente en haar nasleep zorgt niet alleen voor een scherper bewustzijn bij de Syrisch-Libanese gemeenschap, maar ook voor scherpere tegenstellingen. De zorgvuldig gecultiveerde gemeenschap dreigt te scheuren.

Brazilië heeft niet alleen een grote groep inwoners met historische wortels in Syrië en Libanon, er arriveren ook steeds meer vluchtelingen van de huidige burgeroorlog. Die nieuwe Syrische migranten botsen met hun voorgangers over de houding tegenover de machthebbers in Damascus. Willemjan Vandenplas praatte in São Paulo uitgebreid met Sarah. ‘Ik ben niet van de Syrische oppositie, want je kan alleen een oppositie hebben in een democratie.’

Sarah S. is sinds drie jaar Paulista en tijdens onze gesprekken gebruikt ze drie talen door elkaar: Engels, Arabisch en Portugees. Ze nam grote risico’s door in het hart van Damascus op straat te komen. Ze migreerde naar Brazilië via Beiroet en Caïro, waar ze tijdens een conferentie over de vakbonden en de Arabische Lente een Braziliaanse activist leerde kennen. Na dat “politieke huwelijk” werd ze erg actief in Brazilië.

Foto’s van haar werden door leden van de Syrische Socialistische Nationalistische Partij (SSNP) terug naar haar ‘thuisland’ gestuurd. Daarmee werden familieleden van haar onder druk gezet. Daarom getuigt ze anoniem in dit artikel.

Hoe was je leven voor de Revolutie?

Sarah S.: Ik ben geboren in Damascus en groeide op in een bijzonder gepolitiseerde familie. Mijn moeder kwam uit Hama en was de dochter van één van de oprichters van de Baath-partij. Die grootvader was links, nationalistisch en anti-kapitalistisch, maar hij brak met de Baath-partij in de jaren ’60 . Haar andere grootvader was een Palestijn die deel uitmaakte van de PLO en meevocht in de oorlog van ’63 tussen Israël en Palestina.

Op de familiefeesten werd tot laat ‘s avonds gediscussieerd over politiek. Thuis las ik boeken die verboden waren door het regime. Ik zat op school met de kinderen van de avant-garde van de Syrische revolutie en van het regime. Ik ging naar de universiteit in Beirut en Damascus, waar ik bestudeerde hoe oude architectuur werd gebruikt voor de propaganda van het regime. Toen de revolutie uitbrak vertrok ik onmiddellijk naar Damascus om bij mijn familie te zijn.

Hoe verliepen de eerste maanden van de revolutie voor u?

Sarah S.: De eerste dagen van de revolutie was ik nog niet actief. Ik woonde echter op de weg tussen Damascus en Dera’a en zag tientallen tanks voorbij komen. Er werden loopgraven gegraven door soldaten van het regime, maar iedereen zweeg en niemand durfde te hopen dat de revolutie van Tunesië en Egypte nu ook naar Syrië was gekomen.

De volgende maanden werd echter duidelijk dat de jongeren uit de middenklasse in opstand waren gekomen. Ze deelden rozen en water uit aan de soldaten van het Syrische leger. Om die revolte de kop in te drukken nam het regime zijn toevlucht tot martelingen en executies. Onder andere Ghiyath Matar, een van de kopstukken van de opstand, werd vermoord en zijn lijk werd gedumpt bij zijn ouders.

Ik werkte in deze beginmaanden voor de Palestijnse BDS-beweging (Boycott, Divestment and Sanctions Movement), maar kon het niet langer verdragen dat de BDS in Syrië deed alsof er niets aan de hand was, en er intern zelfs geen debat over mogelijk was, terwijl de revolutie er juist was voor vrije meningsuiting. Ik stapte dan ook uit de beweging en verloor daardoor veel vrienden. Sommige ex-collega’s noemden me een NAVO-hoer.

Wat was het kantelpunt?

Sarah S.: Vanaf april 2011 gooide ik mij helemaal in de strijd voor een nieuw Syrië. Tijdens de eerste ramadan van de revolutie begon ik in Damascus met acties, waarbij honderden activisten tot grote ergernis van de veiligheidsdiensten op straten of pleinen bleven stilstaan. Intussen ging het grote protest verder in Douma, Ghouta en Yarmouk.

Ik begon toen samen te werken met de lokale comités van de revolutie, die werden opgericht door Omar Aziz, die bevriend is met mijn familie. Ik deed ook aan humanitair werk, ik telde dode burgers en deed aan media-activisme. Het is onjuist om het regime van Bashar Al-Assad zomaar van barbarij te beschuldigen. De eerste pogingen om de revolutie de kop in te drukken waren meteen heel hardhandig. Voor activisten werd het hoe langer hoe moeilijker om het repressie apparaat te ontlopen. En werd het regime steeds meer tactisch doordacht in haar terreur.

Ik smokkelde een tijd geneesmiddelen en eten naar de periferie van Damascus. Dat lukte in het begin goed omdat ik geen hoofddoek draag. Na verloop van tijd werd het echter ook voor mij onmogelijk om door de controleposten te passeren en daarna werden de controleposten gesloten en werden Douma, Ghouta en Yarmoek volledig afgesloten.

In januari 2012 werd ik opgepakt. De behandeling die ik in de gevangenis moest ondergaan heeft mijn overtuigingen nog krachtiger gemaakt. Op 8 maart, de dag dat ik vrij kwam, vertrok ik meteen naar Hama om de begrafenis van haar grootvader langs moederskant bij te wonen. De begrafenis werd een dag van luid protest in Hama.

Hoe bent u in Brazilië terechtgekomen?

Sarah S.: In Beiroet zette ik mijn humanitair werk verder. Zoals veel anderen ging ik op regelmatige basis naar Syrië. Toch bleef ik daar maar 2 maanden. Op dat moment was er geen geld voor revolutionaire activiteiten. Door het vele werk en de uitzichtloze situatie kregen veel activisten af te rekenen met depressies of erger. We hadden nooit vrede kunnen nemen met de militarisering van de revolutie en gaven onszelf de schuld van het vele lijden in ons land.

Van Beiroet ging ik naar Caïro en daar ontmoete ik de Braziliaan waarmee ik later zou trouwen, en waarvan ik onlangs scheidde. Samen gingen we naar Brazilië en ik werd lid van zijn politieke partij, de linkse PSTU. We organiseerden in São Paulo twee betogingen met 400 deelnemers in het economische hart van de stad, de Avenida Paulista. We organiseerden twintig kleinere sit-ins, onder andere voor het consulaat, maar telkens werden alle deelnemers gefilmd en hun namen bijgehouden. Daarna besloten we van het protest nationaal te maken en reisden we samen door Brazilië om mensen toe te spreken over de Syrische revolutie. Van die campagne maakten we ook een documentaire.

Hoe kijkt u naar de traditionele Syrisch-Libanese gemeenschap in Brazilië?

Sarah S.: Ik vind dat dit geen echte Syriërs zijn. Ze dragen een Arabische naam, maar hebben hun taal en cultuur verloren. Ik ben hier nog nooit iemand tegen gekomen van die traditionele gemeenschap die goed Arabisch spreekt. Op papier zijn zij Syrisch-Libanees, maar ik vind dat zij honderd procent Braziliaans zijn. En ik denk ook niet dat ze nog uitgesproken familiale banden hebben met hun ‘thuisland’. Zij hebben ook geen idee van wat er zich in Syrië afspeelt.

Ik liep ooit door de Augusta-straat, bekend om zijn nachtclubs, en ik zag daar een aankondiging van het Syrisch Cultureel Centrum. Ik was onmiddellijk geïnteresseerd. Ik vroeg om de directeur te spreken. Zonder nadenken stelde ik mij voor. Helaas kreeg ik te maken met zo’n traditionele migrant en supporter van het regime van Al-Assad en werd ik op staande voet buiten gezet.

Welke toekomstplannen heeft u?

Sarah S.: Ik ben sinds enkele weken uit de partij gestapt omdat ik vind dat ze de Syrische revolutie hebben gebruikt om zichzelf beter te profileren tegenover de kleinere marxistische partijen. Ik geloof niet meer in hun oprechtheid rond het onderwerp.

Nu zou ik graag weer werk aan de basis doen. Ik zou bijvoorbeeld graag mijn humanitair werk weer opnemen. Ik schrijf nog regelmatig artikels en lees veel over de situatie in Syrië. Maar ik wil mij bezighouden met de situatie van de Syrische vluchtelingen in Brazilië. Ik denk er ook aan om een cultureel centrum op te richten voor de Syrische vluchtelingen die het regime zijn ontvlucht omdat wij maar weinig op de traditionele Syrische-Libanese gemeenschap kunnen vertrouwen.

Willemjan is blogger. Bekijk zijn werk op facebook en op zijn website.

Written by

Auteur van ‘Dagboek van een Wereldburger’. Te verkrijgen in bxl bij les yeux gourmands, poëtini, pépite blues, la petite portuguaise, Tulibris…

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store